Cultuurdebat Gasfabriek verenigt de kunsten
01-07-2011
Discussie leidt tot binding tussen instellingen, ondernemers en kunstenaars
MEPPEL – Het cultuurdebat ‘de kunst van cultureel ondernemen’, dat dinsdagavond plaatsvond in de Gasfabriek Meppel, heeft geleid tot een vereniging van verschillende ondernemers en kunstenaars. Tijdens de bijeenkomst werd er gesproken over geld en de subsidiestops, maar ook de oorzaken van een kwetsbare kunstwereld kwamen aan het licht. Vooral educatie en een verdeelde sector kwamen als pijnpunten naar voren. Na afloop van het debat kwam de groep tot het besef dat door samenwerking, er oplossingen kunnen komen op de actuele vraagstukken.
Het debat vond plaats in een bijzondere setting. De zwoele zomeravond gaf gelegenheid om het gesprek buiten, aan de achterzijde van de Gasfabriek, te laten plaatsvinden. De gasten werden op muzikale wijze ontvangen door twee studenten van de Academie voor Popcultuur, die op deze manier het cultureel ondernemerschap exploiteerden. Een knipoog naar de inhoud van het debat. Het doel van de avond was om met elkaar in gesprek te komen. Na verschillende reacties op berichten via social media, wilde Arnoud Olie, architect en directeur van Bureau B+O Architecten, het gesprek in levende lijve voortzetten. Daarmee vertegenwoordigde hij, naast directeur Bert Kuper van Bouwbedrijf Nimberg, één van de ondernemers die aanwezig waren. In totaal namen achttien mensen deel aan het debat, waaronder theaterdirecteuren Han Evers en Wybrich Kaastra. Daarnaast waren er twee afgevaardigden van Kunst & Cultuur Drenthe en diverse kunstenaars en muzikanten aanwezig. Ook kunstencentrum Scala was vertegenwoordigd. Het gemeentelijk bestuur had zich afgemeld voor de bijeenkomst
Kunstenaar of ondernemer
Bij de voorstelronde gaven de deelnemers aan of zij zich kunstenaar, of ondernemer voelden. Alleen deze vraag gaf al genoeg stof tot discussie. “Als kunstenaar ben ik 90 procent van mijn tijd bezig met ondernemen”, trapte Olie af. Beeldend kunstenaar Francis Kilian antwoordde op deze vraag: “Als ondernemer wil ik geld verdienen, maar mijn vak is kunst. Voor mij is een kunstenaar iemand die zich uit en scheppend bezig is.” “Maar hoe zit het dan met de kwaliteit? Mag iedereen zichzelf maar kunstenaar noemen en vervolgens een uitkering aanvragen omdat zijn werk niet verkoopt?”, reageerde Olie. “De kunstenaarsuitkering kent strenge voorwaarden. Je moet je eigen werk al kunnen verkopen”, was het antwoord van muzikant Masha Schenkel. “Eigenlijk is kunst te vergelijken met de Tour de France. Een wielrenner en kunstenaar zijn hetzelfde. Ze zoeken beide de uitdaging op en moeten met al hun kracht de berg opklimmen”, aldus Douwe Zeldenrust, directeur van Scala. “Alleen het verschil is dat sporters de gelegenheid krijgen om de top te bereiken. Ze worden gesponsord en hebben de mogelijkheid om uren te maken. Een kunstenaar wordt al snel verweten zijn hand op te houden bij de overheid.”
Overheid en educatie
Nadat elke deelnemer kleur had bekend, ging het debat verder over de forse subsidiebezuinigingen voor de kunst en cultuursector, en de afhankelijkheid van de overheid. “Na de oorlog werd de kunst enorm gesubsidieerd om de wederopbouw te bevorderen. Alleen zijn we daar nooit van losgekomen en blijven hangen aan overheidsteun”, zei Johan de Noord van K&C Drenthe. Daarmee gaf hij één van de oorzaken aan van de kwetsbaarheid van de sector. “De hele infrastructuur moet over de kop. Het systeem is nu niet goed”, vulde Evers aan. Met deze opmerking waren alle deelnemers het eens. “We moeten los komen van de overheid en gemeentelijke besturen. Er is niets mis met commercieel en zelfvoorzienend zijn”, vult Frits Brink van K&C Drenthe aan. “Gemeentes moeten vooral geen zitting nemen in culturele instellingen. Er bestaat het gezegde: Wanneer de overheid een ijsbaan gaat exploiteren, dan gaat het nooit meer vriezen.”
Dit betekende voor een aantal niet, dat zij het eens waren met de aankomende bezuinigingen. “Als ze ons vroegen om 10 of 15 procent te bezuinigen, prima. Maar nu wordt in veel gevallen de helft van de begroting wegbezuinigd”, zei Wybrich Kaastra, directeur schouwburg Ogterop. Olie reageerde hierop: “In onze sector is tweederde van de architecten weggevallen. We moeten alle zeilen bijzetten om te overleven. Dus vroeg of laat moet de cultuursector de klappen van de crisis ook opvangen.”
De vraagstukken werden naar mate het debat vorderde, uitvoerig besproken. Maar ook verbeterpunten kwamen naar voren. De deelnemers legden de pijn vooral bij de educatie. Kuper: “Er zijn heel veel pretopleidingen in Nederland. Dat gaat ten koste van de kwaliteit. Daarnaast moeten we de jongeren op de basisschool al triggeren.” Ook vonden de deelnemers, dat er teveel culturele opleidingen in Nederland zijn. Pas wanneer deze worden samengevoegd zal de kwaliteit omhoog gaan. De Noord suggereerde daarnaast, dat grote gezelschappen zouden kunnen fuseren. Dan wordt het aanbod misschien kleiner maar zo blijven ze wel bestaan.
Zelfstandig of samenwerken
De verdeeldheid en versnippering maakt de sector kwetsbaar. “De sector is niet in staat om discussie te voeren”, aldus Evers. “We opereren niet als één groep, als één front.” Olie haakte daarop in. “Laten we dan deze gelegenheid aangrijpen om een front te vormen en kijken wat wij met elkaar kunnen bereiken, in Meppel en omgeving.” De aanwezigen konden zich hier in vinden. “Dan kunnen we de cultuuromslag maken die de sector zo hard nodig heeft.” Na dit gezegd te hebben barste het onweer los, alsof daarmee ook de weergoden een revolutie wilden ontketenen. Een passend slot van een inspirerende avond.















