De parabel van de champagnefles

Ingezonden brief van Arnoud Olie

 

01-03-2011

 

Er wordt in bestuurlijk en ambtelijk Nederland niet effectief en zonder overallvisie gehandeld. Er zijn veel ambtenaren en bestuurders die met oogkleppen op, zich bezig houden met allerlei vraagstukken. Ambtenaren bekijken vraagstukken vanuit hun eigen visie en beoordelen ze aan de hand van hun eigen beperkte regels en voorschriften. Op basis van de resultaten informeren ze vervolgens de bestuurders. Daardoor houden onze bestuurders geen rekening met het totaalplaatje en zijn ze zich niet bewust van de gevolgen die hun beslissingen hebben op andere gebieden. Je kunt dit vergelijken met een mooie fles champagne. Ons ambtenarenapparaat beoordeelt alleen de kleur van de kurk zonder eerst de champagne te proeven en de drank te beoordelen op de kwaliteit van de afdronk. En dit terwijl de kleur van de kurk maar een heel klein onderdeel is van de fles champagne en het niets zegt over de smaak en kwaliteit van de drank. Vervolgens besluiten de bestuurders om de fles champagne af te keuren. Ambtenaren en bestuurders kijken niet naar het grote geheel en krijgen daarom geen totaalbeeld van de situatie.

 

Concreet betekent dit dat vraagstukken op economisch, sociaal maatschappelijk en ruimtelijk gebied niet door één specifieke afdeling moeten worden bekeken, maar in samenwerking tussen alle betrokken afdelingen te gelijkertijd. Op dit moment worden vraagstukken op een eenzijdige manier beoordeeld. Het vraagstuk wordt eerst op een ambtelijke manier beoordeeld en daarna voorgelegd aan de verantwoordelijke bestuurder, waarna het door speciale commissies aan de gemeenteraad wordt gepresenteerd. Dit lijkt een democratische weg, maar bij elke stap in het beleidsproces wordt de mening van verschillende ambtenaren en bestuurders aan het vraagstuk toegevoegd. Hierdoor ‘verkleurd’ het vraagstuk waardoor de gewenste en oorspronkelijke kwaliteit steeds verder te zoeken zijn. De weg van vraagstuk naar oplossing moet breder en korter worden, zodat de essentie en kwaliteit van het idee bewaard blijft. Anders is bijna elk goed plan gedoemd te mislukken.

 

Een goed voorbeeld hiervan is de binnenstad van Meppel. Er liggen enorm veel niet uitgevoerde plannen te verstoffen in de vele archiefkasten van de gemeente, omdat zij om diverse redenen niet voldoen aan één afzonderlijke regel of voorschrift. Op basis daarvan zijn ze afgekeurd zonder dat er is gekeken naar de verdere gevolgen van het niet doorgaan van het plan. Dit komt mede omdat het beleid, en de dooruit voortvloeiende regels en voorschriften, worden gevormd op basis van individuele keuzes en wensen van de gemeentelijke bestuurders, en niet op basis van een overallvisie op de stad en omgeving. Daardoor wordt er veel geld verspilt en kansen gemist.

 

Nu houd ik na het afgelopen cultuurdebat van 7 februari in Assen, mijn hart vast over het kwaliteitsniveau van onze bestuurders en ambtenaren. Want na verschillende inhoudsloze opmerkingen en dwaze discussies, lijkt het alsof de domheid regeert. Proost!

De parabel van de champagnefles